Nefarma is voorstander van flexibilisering, maar tégen herberekening van het GVS. Flexibilisering leidt tot een kwalitatief betere, veiliger en doelmatiger zorg op maat voor de individuele patiënt; een herberekening gaat lijnrecht in tegen de langetermijnvisie van de overheid op het vlak van geneesmiddelenvoorziening. Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) komt, met medewerking van betrokken partijen (waaronder Nefarma), later in 2010 met een advies over flexibilisering van het systeem. Het getuigt niet van consistent beleid wanneer vooruitlopend daarop tot herberekening wordt overgegaan. Bovendien zal herberekening grote gevolgen hebben voor de individuele patiënt en leiden tot sterke groei van administratieve lasten. Tot slot is het onlogisch alle energie te besteden aan beperking van de geneesmiddelenuitgaven, na de grote structurele besparingen op geneesmiddelen van de afgelopen jaren.
Het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) regelt de vergoeding en aanspraak van geneesmiddelen binnen het basispakket. Onderling vervangbare geneesmiddelen zijn geclusterd en per cluster is een vergoedingslimiet vastgesteld. Als de prijs van een bepaald middel hoger is dan de vergoedingslimiet, moet de patiënt het verschil bijbetalen. Voor geneesmiddelen die niet onderling vervangbaar zijn, geldt geen vergoedingslimiet.
Waarom een herberekening?
Op 1 juli 2010 heeft de Tweede Kamer de minister via een motie opgeroepen te bezuinigen op de uitgaven voor geneesmiddelen via een herberekening van de GVS-limieten per 1 januari 2011. Dit om eigen bijbetalingen bij paramedische en tweedelijns GGZ-zorg te vermijden.
Omdat bij een herberekening in 1999 problemen ontstonden voor patiënten, zijn enkele voorwaarden gesteld. Zo moet ieder cluster één geneesmiddel zonder bijbetaling bevatten, wordt de GVS-bijbetaling per patiënt gemaximeerd op 200 euro per jaar en zijn selectieve herberekeningen mogelijk per 1 januari 2012 om specifieke patiëntengroepen te ontzien. Nefarma tekent aan dat de voorwaarden leiden tot grote uitvoeringstechnische problemen.
Wat zijn de gevolgen van herberekening voor ...
... patiënten
Veel patiënten zullen, om bijbetaling te voorkomen, van geneesmiddel moeten of willen veranderen. Dat maakt hen onzeker over de vraag of de medicatie nog wel optimaal is. Ouderen en chronisch zieken hebben hier het meeste last van, omdat zij vaak meerdere middelen tegelijkertijd gebruiken. Veranderen van één van de geneesmiddelen kan leiden tot therapie-ontrouw, ongewenste bijwerkingen en zelfs tot ziekenhuisopnames. Dit alles leidt tot hogere kosten elders in de zorg.
Als veranderen medisch niet kan, zijn patiënten gedwongen méér te betalen.
Onderbrengen van geneesmiddelenuitgaven in aanvullende verzekeringen is niet altijd mogelijk. Er is geen acceptatieplicht voor verzekeraars. In die zin is een bijeffect van herberekening ook een vermindering van de solidariteit.
… artsen en apothekers
Huisartsen en apotheken worden geconfronteerd met patiënten die moeten worden overgezet op andere geneesmiddelen. Dat leidt tot veel extra werk en vragen over nieuwe bijwerkingen en eventuele bijbetalingen. Artsen in de tweede lijn, die vaak nieuwere geneesmiddelen moeten inzetten om het gewenste resultaat te bereiken, moeten discussies aangaan met patiënten over de medicijnen vanwege de prijs ervan. Er is ook een risico van suboptimale behandeling, met hogere kosten op een later moment.
… farmaceutische zorg
Herberekening van het GVS zal – anders dan de politiek hoopt - in veel gevallen niet leiden tot een daling van de prijzen. De prijzen in Nederland zijn gekoppeld aan die in het buitenland en liggen al op of onder het Europese gemiddelde. Nederland is referentieland voor veel andere landen bij het vaststellen van de maximumprijzen voor geneesmiddelen. Bedrijven kijken daar naar.
Als de afzet van nieuwe geneesmiddelen in ons land sterk onder druk komt te staan, kan het ook gebeuren dat bepaalde middelen van de Nederlandse markt worden gehaald of veel later op de markt komen.
Herberekening van het GVS is voor farmaceutische bedrijven opnieuw een negatief signaal vanuit de overheid in de richting van de sector. Bedrijven doen onderzoek en ontwikkelen nieuwe middelen, maar willen wel de mogelijkheid hebben hun nieuwe producten tegen een aanvaardbare prijs op de markt te kunnen brengen. Bovendien wordt Nederland minder aantrekkelijk voor nieuwe (biotech)bedrijven en voor (klinisch) onderzoeks- en productiefaciliteiten.
… de samenleving
De herberekening die de Tweede Kamer wil, is niet uitvoerbaar. De minister kan geen geneesmiddel zonder bijbetaling garanderen als de patiënten niet van medicatie kunnen switchen. De maximering van de bijbetaling tot 200 euro per patiënt per jaar leidt tot uitvoeringsproblemen en hoge kosten. Daarnaast is een herberekening voor een gedeelte van het GVS in strijd met Europese regelgeving. De beoogde besparing op geneesmiddelen is onvoldoende duidelijk en uitsluitend gericht op kortetermijnwinst. Besparingen op geneesmiddelen veroorzaken hogere kosten elders in de zorg en daarbuiten. Te laat of niet optimaal behandelen verhoogt het arbeidsverzuim en zorgt ervoor dat patiënten minder lang zelfstandig kunnen blijven wonen. Als de geneesmiddelenprijzen ten gevolge van de herberekening niet dalen, zijn massale bijbetalingen met hoge administratieve lasten het gevolg. Of er zijn extra kosten voor het overzetten van patiënten naar geneesmiddelen zonder bijbetaling (extra consulten, complicaties en ziekenhuisopnames).
Tot slot verslechtert een dergelijke maatregel het ondernemingsklimaat voor de innoverende farmaceutische bedrijven. Dat schaadt de zorg, de economie en het onderzoek in Nederland.