farmafeiten

IN NEDERLAND ZIJN WE ZUINIG MET GENEESMIDDELEN
Gezondheidszorg kost geld, veel geld. De stijgende kosten zijn een eeuwig terugkerend thema in het debat over de zorg. De totale uitgaven aan zorg liggen rond de 60 miljard euro en dat komt neer op ongeveer 10 procent van ons bruto binnenlands product. Overigens is daarmee het plaatje niet compleet. Een oordeel over de zorgkosten heeft pas waarde wanneer ook wordt gekeken naar de opbrengsten van de zorg. Zorguitgaven hebben namelijk een opvallend hoog rendement; gemiddeld levert elke euro die in de zorg wordt gestoken 1,30 euro op. Dat blijkt uit de studie ‘Een beter Nederland. De gouden eieren van de gezondheidszorg’, die in 2010 in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid is uitgevoerd.

NIET ALLEEN ZIJN WE ZUINIG MET GENEESMIDDELEN, ZE WORDEN IN NEDERLAND OOK STEEDS GOEDKOPER
Dat geneesmiddelen in Nederland een relatief klein aandeel vormen in de totale zorguitgaven, heeft diverse oorzaken. Een belangrijke verklaring is terughoudendheid, zowel bij artsen (in het voorschrijfbeleid) als bij patiënten (in het gebruik). Ook de geneesmiddelenprijzen liggen in Nederland een stuk lager dan in veel andere landen. Vrijwillige prijsafspraken tussen bedrijven, apotheken en overheid liggen daaraan ten grondslag, maar ook bijvoorbeeld het beleid dat zorgverzekeraars voeren.

GEEN SECTOR INVESTEERT ZOVEEL GELD IN ONDERZOEK & ONTWIKKELING ALS DE FARMA
Farmaceutische bedrijven besteden meer aan onderzoek & ontwikkeling dan bedrijven in welke andere sector dan ook. In Nederland geldt dat de hier actieve bedrijven jaarlijks honderden miljoenen euro’s besteden aan onderzoek in de diverse stadia van geneesmiddelontwikkeling. Farma- en biotechbedrijven dragen daarmee meer dan tien procent van alle uitgaven die in Nederland worden gedaan aan research & development.
DANKZIJ AL DAT ONDERZOEK BESCHIKKEN WE OVER STEEDS MEER NIEUWE, BETERE GENEESMIDDELEN
Veel geld en menskracht investeren in onderzoek naar innovatieve geneesmiddelen is één ding; de belangrijke vraag luidt natuurlijk of dat ook wat oplevert. Juist bij geneesmiddelenonderzoek is die vraag relevant, omdat het overgrote deel van de onderzochte stoffen niet tot een nieuw medicijn leidt. Gemiddeld leidt slechts één op de 10.000 onderzochte stoffen tot een nieuw geneesmiddel. Hoe beperkt dat ook lijkt, het maakt wel dat we steeds beter in staat zijn om ziektes en aandoeningen te bestrijden.

INNOVATIEVE FARMACEUTISCHE BEDRIJVEN KAMPEN MET ONNODIGE OBSTAKELS
Voordat een nieuw geneesmiddel voor patiënten beschikbaar komt, heeft het al een heel traject van onderzoek, registratie en toelating achter de rug. Voor de meeste van die trajecten zijn in de wet maximale termijnen vastgelegd, maar die worden in Nederland soms fors overschreden. Dat heeft een negatieve invloed op het innovatieklimaat in ons land. Voor bedrijven wordt het minder aantrekkelijk om hier te investeren, omdat vertragingen ten koste gaan van de terugverdientijd. Die is, in verband met de octrooirechten, toch al beperkt. Ook andere factoren, zoals administratieve lastendruk, vormen obstakels bij het innoveren.

FARMACEUTISCHE BEDRIJVEN LEVEREN EEN BELANGRIJKE BIJDRAGE AAN EEN GEZONDERE WERELD
Farmabedrijven zijn commerciële ondernemingen die met het oog op hun continuïteit en de ontwikkeling van nieuwe producten en toepassingen winst moeten maken. Maar dat is niet het hele verhaal. Met hun producten leveren ze een belangrijke bijdrage aan de gezondheid van mensen. Die producten zijn helaas lang niet voor iedereen bereikbaar. Veel bedrijven proberen daarom ook de bevolking van armere gebieden toegang te bieden tot geneesmiddelen. Die inspanningen breiden zich steeds verder uit. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de in 2008 geïntroduceerde Access to Medicine Index, die dergelijke activiteiten per bedrijf in kaart brengt. Maar het is ook goed te zien aan het groeiende aantal projecten waarmee farma-ondernemingen zich rechtstreeks tot ontwikkelingslanden richten.