Alexander Rinnooy Kan (SER)

‘Met vernieuwende ideeën zorgkosten te lijf’

Innovatie is een belangrijk wapen in de strijd tegen de snel groeiende zorgkosten. Voorzitter Alexander Rinnooy Kan van de Sociaal-Economische Raad (SER) toonde tijdens Nefarma’s najaarsconferentie zijn hoge verwachtingen van zowel vernieuwingen in medische behandelingen als creatieve ideeën om de arbeidsproductiviteit in de zorg te verhogen.

Rinnooy Kan onderscheidde in zijn bijdrage twee grote vragen: kunnen we de zorg in de toekomst nog wel financieren en hebben we de mensen wel die de zorg moeten leveren? Over die tweede vraag sprak hij de verwachting uit dat de productiviteit van het zorgpersoneel omhoog kan en zo kan bijdragen aan beteugeling van het verwachte aantal vacatures dat op ons afkomt. “Helemaal als we kijken naar mogelijkheden om ouderen beter te bedienen, bijvoorbeeld in de vorm van moderne seniorenwoningen. Als we het goed doen in Nederland en slimme ideeën verzinnen, kunnen we ze nog exporteren ook.” In het verlengde van de getoonde vormen van zorginnovatie noemde Rinnooy Kan een voorbeeld waarmee hij zelf in aanraking was gekomen: de rolstoelschommel. Dat is een combinatie tussen een rolstoel en een schommel die bewoners van een zorginstelling een vorm van rust biedt en daarmee meer tijd en ruimte voor de begeleiders. “Een metafoor voor wat er aan innovatie gevraagd wordt”, aldus de SER-voorzitter. Hij gaf aan dat Nederland internationaal hoog ‘scoort’ op het aandeel dat de zorgkosten uitmaken van het bruto binnenlands product: dat is met dertien procent na de Verenigde Staten wereldwijd het hoogst. “Een gemiddelde volwassene betaalt een kleine vijfduizend euro aan collectieve zorg”, aldus Rinnooy Kan. “En het einde is niet in zicht: de zorgvraag gaat gewoon verder stijgen.”

Mix
Probleem daarbij is dat burgers mondiger worden, de weg naar internet kennen en het niet nalaten zich goed te informeren, het liefst ook met een tweede opinie. Tegelijkertijd beseffen mensen weliswaar dat de zorg duur is, maar hebben ze nog steeds niet echt een idee wat zij zelf aan zorgkosten maken. Die combinatie (steeds meer verstand van de medische wetenschap maar een kostenbesef dat nog steeds nul is) noemde Rinnooy Kan ‘een heel ongelukkige mix’. Innovatie is dus dringend noodzakelijk, concludeerde hij. “De verwachtingen zijn hoog, maar tegelijkertijd weten we dat innovatie niet goedkoop is. Mijn tante had reuma. Er kwam een mooi middel op de markt dat haar geweldig hielp, maar dat kostte wel 1200 euro per injectie, die ze elke drie weken nodig had. De verzekeraar heeft het gelukkig willen vergoeden, maar ik denk dat ze in haar laatste jaar er meer doorheen gejaagd heeft dan ze ooit aan premies heeft betaald. Daar zit een geweldige bron van kostenstijging die we natuurlijk niet betreuren: het is geweldig dat die middelen er zijn.
Maar ze moeten wel betaald worden.” Een oplossing is niet direct voorhanden; binnen de SER gaat Rinnooy Kan op verzoek van het kabinet komend jaar bekijken welke keuzes voorliggen. Daarop kon hij niet vooruitlopen, maar twee keuzes legde hij wel vast op tafel: “Óf we moeten accepteren dat het pakket schraler en zuiniger wordt, óf we moeten bereid zijn om een stuk consumptieve ruimte in te ruimen voor de zorg en onze derde huis of vierde vakantie te offeren voor de kwalitatief hoogwaardige zorg die we wensen. Ik durf wel te voorspellen hoe een referendum daarover zal uitpakken, maar mijn verwachting is dat we daar vroeger of later wel bij uitkomen.”