Leon van Halder, directeur-generaal Curatieve Zorg bij het ministerie van VWS, toonde zich als slotspreker danig onder de indruk van de getoonde voorbeeldprojecten. “Samenwerking is volgens mij het toverwoord bij al deze initiatieven en dat spreekt in een omgeving die vaak ook wel op wantrouwen is gebaseerd, zeker niet vanzelf.”
De topambtenaar liet weten een brug te willen slaan tussen de verschillende partijen om langs die weg vertrouwen te kweken en gezamenlijk een agenda te kunnen opstellen die de zorg ook in de toekomst beschikbaar en betaalbaar houdt. Voor farmabedrijven liggen daar zowel kansen als taken, en dan vooral vanuit deze nieuwe, innovatieve, op samenwerking gerichte rol, aldus Van Halder. “Precies zoals de voorbeelden die u hier hebt getoond, met inzet van uw kwaliteit, uw kennis, gericht op co-creatie. Het mooie vind ik daarbij dat al die voorbeelden echt dicht tegen de praktijk aan zitten en niet aanbodgestuurd zijn. Het begint telkens weer bij de patiënt.” Van Halder maakte ook een aantal kanttekeningen, waarbij hij nadrukkelijk de hand in eigen boezem stak. “U doet verschrikkelijk veel in het veld, dat hebben we vanmiddag wel weer gezien. Maar wij zijn in Den Haag niet geëquipeerd om mooie experimenten snel en adequaat te ondersteunen. We blijven steken in bureaucratie en daar moeten we echt vanaf, zodat we sneller op ontwikkelingen in het veld kunnen inspelen. U mag mij daar de komende periode aan houden.” Ook vroeg hij zich hardop af wat er gebeurt als experimenten zijn beëindigd. “Ik zie gewoon gebeuren dat grote aantallen briljante pareltjes dan in de prullenbak verdwijnen. Dat is eeuwig zonde en dat moeten we zien te voorkomen. Daar ligt voor ons allemaal een taak.”