Rob van Aperen, voorzitter Nefarma

Als voorzitter van Nefarma kan Pfizer-directeur Rob van Aperen niet anders dan tevreden zijn met de erkenning van de stappen die de sector in Nederland heeft gezet. Maar tevreden achterover leunen is er niet bij. “Op het punt van betrouwbaarheid valt nog veel te winnen.” “

Wil je dat goed aanpakken, dan moet je precies weten waar de pijn zit”, vertelt Van Aperen. “Het gaat ook om perceptie van betrouwbaarheid en het is lastig om daar grip op te krijgen. Blijkbaar hebben we verwachtingen aangewakkerd die we niet waarmaken. Het is belangrijk dat we dat voor onszelf proberen te verklaren, zodat we er als collectief wat mee kunnen.”Een van de aangestipte punten ligt op het vlak van de prijsvorming. Stakeholders vragen zich af waarom sommige geneesmiddelen zo duur zijn en waarom bedrijven zo ver gaan in het beschermen van hun octrooien. Van Aperen: “Het maakt maar weer eens duidelijk hoe cruciaal het is om het belang van patenten te blijven uitleggen, ook aan je directe relaties. In díe periode moeten we ons geld verdienen, daarna is het klaar, over. Uitleg is ook nodig over prijsvorming van specialistische geneesmiddelen. Omdat die zich vaak richten op zeer kleine, specifieke patiëntgroepen, moeten de kosten ook over veel kleinere groepen worden omgeslagen. We moeten er kennelijk niet te snel van uitgaan dat zoiets voor onze relaties bekende materie is.” Daar ligt ook een grote rol voor Nefarma. De positie van de brancheorganisatie als betrouwbare gsprekspartner is beter op de kaart gezet, blijkt uit het onderzoek. “Die positie moeten we benutten. En tegelijkertijd moeten we de vereniging gebruiken als hefboom om de sector collectief verder op het goede spoor te krijgen.”

Van Aperen, die al sinds 1977 in de farma actief is, heeft de sector professioneler zien worden. “Bij de bedrijven is intern hard gewerkt om misstanden coûte que coûte te voorkomen. Het is zakelijker geworden, dat past bij deze tijd. Het haalt veel discussiepunten weg en dat merk je: rond geneesmiddelenpromotie en gunstbetoon in de richting van artsen zie en hoor je in de media steeds minder. Dat is goed; daarmee verdwijnt ook het negatieve randje rond de sector.” Sommige veranderingen zijn mede het gevolg van de kritische blik waarmee de sector wordt bejegend. Maar ook veranderende bedrijfseconomische omstandigheden spelen een rol. “Je ziet dat bij veel bedrijven de tering naar de nering wordt gezet. Tussen nu en drie jaar gaan veel producten uit patent en dat zal ook in Nederland honderden miljoenen aan omzet schelen.”
Van Aperen denkt niet dat kritiek op de sector in Nederland voor hoofdkantoreneen doorslaggevende factor is om al dan niet hier te investeren. “Dan moet je eerder kijken naar markttoelating en vergoeding van onze middelen. In dat opzicht zit er in dit land bitter weinig beweging. Doordat die processen moeizaam verlopen, wordt het voor bedrijven wel erg lastig om een business plan te maken. Je moet weten waar je aan toe bent. Anders ontstaat paniekvoetbal en daarmee speel je het opportunistische gedrag van bedrijven in de kaart dat we nu juist willen uitbannen. Iedereen heeft belang bij een fatsoenlijke omgeving waarin je iedereen kunt aanspreken op zijn of haar verantwoordelijkheden.”