Innovatie

“Er komt steeds minder, wát er komt doet steeds minder, en we betalen er steeds meer voor.” Die meer gehoorde opmerking over de innovatie in de geneesmiddelensector tekende Nefarma& eind vorig jaar op uit de mond van de Utrechtse hoogleraar Huub Schellekens. Hij staat niet alleen in zijn opvatting dat de output van de bedrijven die nieuwe medicijnen ontwikkelen en op de markt brengen, steeds verder terugloopt. Toch is het maar de vraag of zijn stelling met feiten kan worden onderbouwd. Kijken we namelijk naar een lange-termijn overzicht van geregistreerde geneesmiddelen met een nieuw actief bestanddeel, bijvoorbeeld over de afgelopen vijftig jaar, dan zien we een diffuus beeld met een stabiele of zelfs licht stijgende trend. Nefarma zette de cijfers van de Amerikaanse registratie-autoriteit FDA sinds 1963 op een rijtje (zie ook de voorpagina van dit blad) en vond in elk geval geen reden voor het pessimisme van Schellekens c.s.
In dit dossier zetten we de cijfers nog eens op een rijtje, kijken we ook naar de sterk gestegen kosten van innovatie, en laten we enkele deskundigen reageren. Daaronder Willem de Laat (directeur van Topinstituut Pharma), René Goudriaan van onderzoeks- en adviesbureau APE, directeur Ron Herings van instituut PHARMO en Peter Bertens, Nefarma’s beleidsadviseur Innovatie.

Innovatie gaat door ondanks steeds hogere obstakels

Interessant daarbij is dat het aantal geregistreerde geneesmiddelen met nieuwe actieve bestanddelen niet alleen stijgt, maar dat dat ook nog eens plaatsvindt onder steeds complexere omstandigheden. De ontwikkelingskosten zijn enorm gestegen. Dat wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de steeds strengere eisen, zowel voorafgaand aan registratie als daarna.

Willem de Laat

“Wat in de afgelopen decennia wel enorm gestegen is, zijn de kosten per nieuw ontwikkeld middel. De uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling zijn gigantisch opgelopen. Dat heeft verschillende oorzaken, zoals het steeds verder toenemende eisenpakket dat de overheid oplegt aan de bedrijven en de wetenschap, maar ook de hogere uurlonen, de toename van het aantal rechtszaken en het aantal medicijnen dat van de markt wordt gehaald. Als je de output van research & development per geïnvesteerde euro bekijkt, dan zie je dus wél een sterk dalende lijn.

René Goudriaan

“Dat het allemaal alleen maar minder wordt met de innovatie in de farmaceutische industrie, blijkt niet door de cijfers te worden gestaafd. Het is interessant om te zien hoe zo’n beeld ontstaat: iemand begint het te roepen, en vervolgens roept iedereen het na. Ik moet eerlijk toegeven dat het historische beeld dat je in dit plaatje ziet, ook wel iets gunstiger is dan ikzelf had gedacht. Hoewel je rond 1996 twee of misschien drie jaren ziet die vergeleken met de verdere lijn echt extreem zijn, kan ik als econometrist toch niet anders oordelen dan dat we hier een duidelijke opwaartse trend hebben.

Ron Herings

“Preventieve geneesmiddelen die voornamelijk in de eerstelijn langdurig worden ingezet om risicofactoren van chronische ziekten te beïnvloeden, zoals hypertensie, astma/COPD of te hoog cholesterol, kennen traditioneel een grote vraag, met een hoog volume en relatief lage prijzen. Het aantal zeer goedkope generieke alternatieven neemt in deze markt toe. Een nieuw middel in deze markt zetten, brengt daarom een hoog investeringsrisico met zich mee.

Peter Bertens

“Met de recente spectaculaire toename van de kennis van het menselijk DNA en de moleculaire werking van het lichaam, is een hele nieuwe wereld voor ons opengegaan. Bovendien zorgen technologische ontwikkelingen voor nieuwe mogelijkheden om geneesmiddelen te ontwikkelen. Dit gaat vaak sneller en voorspelbaarder dan zo´n dertig jaar geleden. Omdat veel van die kennis nog relatief jong is, zullen we daar pas over een aantal jaren optimaal van profiteren. De ontwikkeling van een geneesmiddel duurt immers vaak twaalf tot veertien jaar. De huidige 250 biotechnologische geneesmiddelen en vaccins zijn dan ook maar een eerste begin.