Galenusprijs

De innovatieve farmaceutische bedrijven (en in het verlengde daarvan hun brancheorganisatie) moeten meer aan de weg timmeren om de betekenis van hun innovaties voor de zorg duidelijk te maken. Trots zijn op wat ze doen, enthousiasme uitstralen over hun werk. Dit geluid klinkt met enige regelmaat zowel binnen als buiten de sector. De traditionele toekenning van de Galenusprijs voor het meest innovatieve nieuwe geneesmiddel van het afgelopen jaar is een mooie gelegenheid, vond de redactie. Het werd echter vooral een oefening schipperen in woordkeuze. Immers: op geen enkele wijze mag richting het publiek reclame worden gemaakt voor receptgeneesmiddelen. Daarom moest de eindredactie het spreekwoordelijke rode potlood hanteren bij woorden als ‘doorbraak’ of ‘uniek’ die tijdens de vraaggesprekken spontaan opkwamen bij de trotse vertegenwoordigers van de vier genomineerde bedrijven (director Medical & Regulatory Rudolf van Olden van GlaxoSmithKline, brand manager Oncology & Infection  Saskia Venlet van AstraZeneca, brand manager Pain Maayke van Koningsveld van Nycomed en medical information manager Rik van de Kamp van Servier). Dat maakt de stukjes mogelijk wat vlakker. Dat vinden we jammer, maar het is niet anders. Enthousiast zijn over je werk is, als het om geneesmiddelen gaat, niet altijd even eenvoudig.

Innovatief

Toen de Franse apotheker Roland Mehl in 1971 een prijs voor farmacotherapeutische onderzoek instelde, was de naam Galenus een logische keuze. Claudius Galenus werd geboren in Pergamum en leefde van 131 tot 201. Centraal in het denken van Galenus stond het gedachtegoed van Hippocrates’ theorie dat het menselijk lichaam bestaat uit vier lichaamssappen: slijm, bloed, gele gal en zwarte gal, en dat elk sap een bepaald temperament vertegen-woordigt. Hoewel de meeste van zijn denkbeelden nu achterhaald zijn, leeft de naam van de beroemde Griek voort in het woord galenica, de verzamelnaam voor geneesmiddelen die zijn bereid uit natuurproducten.

Verwachtingspatroon

Professor Henk Timmerman is juryvoorzitter van de Nederlandse Geneesmiddelenprijzen. Hij verbaast zich erover dat vaak in negatieve bewoordingen wordt gesproken over geneesmiddelen. “Gebruikers zijn nogal eens ontevreden over een geneesmiddel, omdat het gewenste effect uitblijft of omdat er ongewenste effecten optreden. Ik denk dat die onvrede te maken heeft met het verwachtingspatroon van mensen.” Om het imago van genees-middelen te verbeteren, is een campagne nodig om het publiek uit te leggen dat geneesmiddelen geen doorsnee producten zijn, vindt Timmerman.

Betekenisvol

Er is een Geneesmiddelenprijs voor het meest innovatieve en betekenisvolle middel dat het voorbije jaar geïntroduceerd is. De Researchprijs is voor een jonge (groep) wetenschapper(s) die baanbrekend werk heeft verricht. In Nederland bestaat de rpijssinds 1993. De juryleden zijn farmacologen, internisten met een academische achtergrond, hoogleraren in diverse farmaceutische en medische disciplines en vertegenwoordigers van overheidsinstellingen. De Galenusprijs wordt uitgereikt in België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Spanje en Portugal en in een aantal landen buiten Europa. Zie ook  www.galenusprijs.nl




“Gebruikers van geneesmiddelen moet worden uitgelegd dat bijwerkingen een logische consequentie zijn van het gebruik. Misschien kan het Galenusinitiatief hier een rol in spelen. We moeten serieus aan het werk om deze verkiezing van het meest betekenisvolle en innovatieve geneesmiddel onder de aandacht te brengen van het publiek.”








‘Medische innovatie verdient serieuze aandacht’

“Deelnemers aan de Galenusprijs excelleren niet alleen in het ontwikkelen van nieuwe kennis, maar zijn ook gedreven die kennis voor medische toepassingen beschikbaar te maken.” Dat zegt Koen Wiedhaup, uitreiker van de Galenus Researchprijs.

Wiedhaup was lange tijd directeur r&d bij Organon en is daarna betrokken geweest bij dertien kleine en middelgrote biotech- en
geneesmiddelenbedrijven in Amerika, België en Nederland. Hij noemt het ‘goed nieuws’ dat Nederland behoort tot de top drie van de wereld op het gebied van onderzoek in de life sciences. Die klassering is tot stand gekomen op basis van het aantal en de kwaliteit van de wetenschappelijke publicaties. Maar, waarschuwt Wiedhaup, het onderzoeksklimaat in ons land verschraalt. “Dat komt niet alleen door de sluiting van onderzoekslocaties in ons land en de daaruit voortvloeiende vermindering van private investeringen in de life sciences. Het komt ook door het beleid van universiteiten, die zich meer richten op aantallen studenten in plaats van op kwaliteit. Wetenschappelijke instellingen moeten in belangrijker mate een partner zijn van hun omgeving: de
industrie en onderzoeksinstituten. Samenwerken in een open innovatiemodel, elkaar inspireren. Bundeling van kennis is van belang voor het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen en diagnostica. Kennis op het gebied van DNA is niet alleen nuttig voor het ontwikkelen van nieuwe diagnostiek, maar ook voor geheel nieuwe farmacotherapieën.”

Rudolf van Olden (GlaxoSmithKline)

‘Molecuul van Nederlandse bodem’

Oudere patiënten met de ongeneeslijke ziekte chronisch lymfatische leukemie (CLL) kunnen sinds 2010 met een nieuw weesgeneesmiddel worden behandeld.

Maayke van Koningsveld (Nycomed)

‘Bestaande middelen beter inzetten’

Meer dan de helft van de kankerpatiënten heeft last van doorbraakpijn: plotselinge toename van pijn die door de langwerkende medicatie heen breekt. Nycomed heeft een geneesmiddel met een andere toediening, om die pijn te lijf te gaan.

Saskia Venlet (AstraZeneca)

‘Veel voordeel voor kleinere groepen’

Voor een specifieke groep longkankerpatiënten met deze mutatie is nu een gerichte behandeling mogelijk. Via weefselonderzoek is na te gaan of bij de patiënt sprake is van een mutatie in de tumorcellen en of deze dus baat zal hebben bij het nieuwe geneesmiddel.

Rik van de Kamp (Servier)

‘Anders tegen depressie aankijken’

Voor mensen die leiden aan een depressie is er een nieuwe generatie antidepressivum zonder bijwerkingen als gewichtstoename, seksueel disfunctioneren en onttrekkingsverschijnselen.