Carl Jakobs (Consumentenbond)

“Een heleboel mensen worden onnodig ongerust gemaakt over onschuldige symptomen”, vindt beleidsadviseur zorg Carl Jakobs van de Consumentenbond. “Ziektebeeldreclame appelleert aan de angstgevoelens van mensen en dat is het punt waar de Consumentenbond moeite mee heeft. Het pretendeert informatie te geven over een aandoening, maar in werkelijkheid is die informatie onvolledig en onevenwichtig. Er wordt bijvoorbeeld veel te snel verwezen naar medicatie, terwijl er geen aandacht wordt besteed aan andere oplossingen.”

De Consumentenbond vreest dat ziektebeeldreclame leidt tot een onnodige druk op de zorg. Vorig jaar augustus liet het televisieprogramma Radar zien hoe eenvoudig het was om een ‘onzinziekte’ als winderigheid in de markt te zetten. Volgens Carl Jakobs was dat een goede illustratie van hoe snel je mensen kunt beïnvloeden door ze te laten denken dat ze iets ernstigs onder de leden hebben. “Het gaat niet alleen om de informatie zelf die wordt gegeven, het gaat om het geheel van activiteiten om zo’n ziekte te promoten. Huisartsen worden benaderd met reclame voor een bepaald middel, consumenten worden gestimuleerd om naar een website te gaan en daar een test te doen. Die test stuurt ze vervolgens naar de huisarts. De overactieve blaas is zo’n voorbeeld. Als je in de test op internet invult dat je ‘s nachts weleens wakker wordt omdat je moet plassen, dan krijg je al het advies om naar de huisarts te gaan. Dat is natuurlijk onzin. Het leidt er alleen maar toe dat de wachtkamers vol zitten met mensen die denken dat ze een overactieve blaas hebben, terwijl er niets aan de hand is. Dat brengt enorm veel extra kosten met zich mee en bovendien is het slecht voor de verhouding tussen de arts en de patiënt, omdat de patiënt onder invloed van die gekleurde informatie de huisarts onder druk zet bepaalde medicijnen voor te schrijven. Er komt door dit soort vormen van reclame een onnodige druk op de zorg. Zeker in deze tijd van bezuinigingen is het echt zonde als daar extra geld aan moet worden besteed. Natuurlijk zijn er mensen die echt een overactieve blaas hebben en voor wie dat een groot probleem is, maar die komen vanzelf wel bij de huisarts terecht.” Jakobs legt uit dat de bond niet tegen het verstrekken van informatie door de farmaceutische industrie is. Wel pleit hij voor een duidelijker omschrijving van wat wel en niet is toe¬gestaan. “We zijn al ruim een jaar in gesprek met Nefarma en diverse patiëntenkoepels om op één lijn te komen over de manier waarop consumenten moeten worden geïnformeerd. Er zit veel kennis bij de farmaceutische industrie en dat moeten we natuurlijk niet verloren laten gaan. We praten over een soort gemeenschappelijke informatiedatabase met informatie die is getoetst en goedgekeurd. Daar heeft de consument veel meer baat bij. Die kan zich dan op een gedegen manier voorbereiden als hij naar de dokter gaat en hij kan zich wapenen tegen misleidende en ongebalanceerde voorlichting.”

Ondanks dit overleg heeft de Consumentenbond een petitie ingediend voor aanscherping van de wet. Het een sluit het ander niet uit, meent Jakobs. Het is belangrijk dat de wetgeving duidelijker wordt, zodat er geen misverstanden kunnen onstaan over wat wel en niet mag. “In de huidige regelgeving wordt vooral omschreven wat niet mag. De wet is zo geformuleerd dat farmaceuten mogen informeren over aandoeningen, maar niet over middelen. Het is echter onduidelijk omschreven waar die grens ligt, want als je iets vertelt over aandoeningen moet je uiteraard ook aandacht besteden aan oplossingen. Je komt daar al snel in een grijs gebied waarin het makkelijk wordt het verbod op middelenreclame te omzeilen. De Consumentenbond zou graag willen dat er duidelijker wordt geformuleerd wat wél mag. Dan weet iedereen gelijk waar hij aan toe is. We willen dat de informatie voldoet aan bepaalde eisen. Die hebben te maken met de toon van de boodschap, de zwaarte van de aandoening, de objectiviteit van de berichtgeving, aandacht voor zelfzorgadviezen. We willen dat er wordt gekeken naar de hele combinatie van activiteiten, dus ook het bezoeken van artsen, het verwijzen van consumenten naar websites, ophangen van posters, enzovoort. Ook daar moet duidelijk worden wat mag en wat niet. De stichting Code Geneesmiddelenreclame is op het moment bezig om de codes aan te passen. Wij hebben goede hoop dat dit tot een duidelijker model gaat leiden, waarbij de patiënt beter wordt geïnformeerd en niet voor niets naar de huisarts wordt gestuurd of bang wordt gemaakt voor een ziekte die hij niet heeft.”