Marja Zuidgeest (St. Proefdiervrij)

“De overheid toont zich dubbelhartig. Er wordt wel geroepen dat men hard bezig is met het zoeken naar alternatieven, maar telkens vluchten ze toch weer in het gebruik van proefdieren.” Marja Zuidgeest, directeur van de stichting Proefdiervrij, pleit voor een radicale omslag in het denken.


Als Zuidgeest het zelf voor het zeggen had, zou ze om te beginnen een einde maken aan het versnipperde beleid. Proefdiergebruik, en dus ook het zoeken naar alternatieven daarvoor, is nu eenmaal een beleidsgebied dat over een groot aantal departementen verdeeld ligt. VWS is officieel de penvoerder, maar ook Landbouw, Onderwijs, Economische Zaken, Defensie, VROM en Sociale Zaken hebben er in meer of mindere mate mee te maken. Eén duidelijk aanspreekpunt, dat is wat Nederland nodig heeft. In april presenteerde Proefdiervrij een ‘verkiezingsprogramma’, waarin het tegengaan van de versnippering een prominente plaats inneemt. Dat betekent volgens Zuidgeest ook dat er meer structuur moet komen in de manier waarop de overheid zich laat adviseren. “We moeten komen tot één adviescommissie, georganiseerd naar het voorbeeld van de Gezondheidsraad. Daarin zijn alle invalshoeken vertegenwoordigd, zij het dat we mikken op partijen die ook wíllen praten en niet alleen aan de poort willen rammelen. Per vraagstuk wijzen we een deskundigencommissie aan, maar het voordeel is dat die altijd werkt vanuit een overkoepelende visie. Zo ga je fragmentatie tegen.” Cruciaal is volgens Zuidgeest dat we de gebaande paden verlaten en het denkproces omkeren. “We moeten de zaak fundamenteel opnieuw gaan bedenken. Nu zetten we alles op de drie v’s: vervangen, verminderen en verfijnen. Dat beleid heeft zijn grenzen bereikt, binnen deze oude kaders komen we niet verder. We moeten onszelf de vraag stellen wat we nu eigenlijk écht willen weten, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid van geneesmiddelen. Op basis van het antwoord kijken we vervolgens hoe we dat met moderne technieken te weten kunnen komen.”

Dat neemt niet weg dat ook binnen de ‘oude denkkaders’ nog wel de nodige proefdieren kunnen worden ‘gered’. Marja Zuidgeest: “Ik hoor te vaak mensen bij bedrijven en in laboratoria zeggen dat er eisen worden gesteld die volstrekt onzinnig zijn. De verantwoording luidt dan: ‘tja, da’s nu eenmaal de wet’. Maar jongens, die wet kan ook veránderd worden! Het zijn taaie trajecten, maar als je echt wil, valt er veel te bereiken. Dat begint bij de overheid, die veel meer gebruik moet maken van de kennis en kunde en het enthousiasme in het veld. Maar er ligt ook nog meer dan voldoende huiswerk voor de bedrijven en onderzoekers zelf.”
In Nederland is de regelgeving rond dierproeven dusdanig complex, dat het risico bestaat dat steeds meer proeven in het buitenland zullen plaatsvinden. Dat zeggen althans deskundigen die dagelijks met proefdieren werken. Dat is niet alleen jammer voor ons onderzoeksklimaat, de kans is ook groot dat dieren in het buitenland slechter af zijn dan in ons land, waar (proef)dierenwelzijn prominent op de agenda staat. Zuidgeest vindt dat laatste een drogredenering. “Als dieren het slechter hebben, krijg je per definitie ook slechtere resultaten uit je proeven. Een bedrijf dat serieus beleid voert op dit punt, moet daar niets van hebben. En trouwens, kinderarbeid haal je toch ook niet naar Nederland?”

Op Proefdierendag (24 april) stak de stichting 578.123 euro in het in 2009 gelanceerde Fonds proefdiervrije technieken. Geen willekeurig bedrag uiteraard, want het aantal euro’s kwam overeen met het aantal proefdieren dat in 2008 in Nederland is gebruikt. “Eén van de verwijten die wij vaak krijgen, is dat we veel roepen, maar zelf financieel zo weinig bijdragen”, licht Marja Zuidgeest toe. “Onze hoofddoelstelling is het creëren van maatschappelijk draagvlak, en daarbij moeten we roeien met de financiële riemen die we hebben. Nu onze inkomsten behoorlijk zijn gestegen, onder meer dankzij een groeiende achterban, hebben we meer armslag om dit soort bijdragen te leveren. We krijgen veel positieve reacties, maar ons voorbeeld is helaas nog niet gevolgd.” Toch hoopt de stichting dat het fonds vanaf 2015 jaarlijks minimaal 1 miljoen euro beschikbaar stelt. Dat is nodig, want Nederland stond er in de ontwikkeling van proefdiervrije technieken altijd goed voor. Maar we verliezen terrein, meent Zuidgeest. “Het ministerie van VWS is rommelig met dit dossier omgegaan. Dat heeft mede te maken met de vele personele wisselingen. Het toont maar weer eens aan dat dit onderwerp niet echt serieus wordt genomen. Een gemiste kans, want het ontwikkelen van alternatieven voor proefdiergebruik is echt een gerenommeerde wetenschap in Nederland. Ik zit zelf in een commissie van ZonMw. Je moest eens weten hoeveel ongelooflijk goede projecten er op dit terrein worden ingediend en hoe weinig we er maar kunnen honoreren. We kunnen hier echt scoren. Het is geen voor de hand liggend terrein, dus lang niet overal in de wereld zijn ze actief op dit gebied. Met onze voorsprong kunnen we internationaal uitblinken. Daarom is het juist zo jammer dat we het de afgelopen jaren zo hebben laten
verslonzen. Qua inzet bedoel ik dan, want de budgetten waren toch al nooit spectaculair."