Van Boxtel begrijpt best dat het preferentiebeleid pijn doet bij sommige partijen. Dat hoort er nu eenmaal bij als je bestaande marktverhoudingen doorbreekt. Maar: “Wij geven op deze manier adequaat invulling aan onze nieuwe positie en aan de wens om tot meer marktwerking te komen in de gezondheidszorg.”
De hoge kortingen en bonussen in de farmaceutische keten waren Roger van Boxtel ten tijde van zijn entree bij Menzis, een jaar of vijf, zes geleden, een doorn in het oog. “Wij wilden iets compenseren dat tien jaar geleden door de politiek zelf in het leven is geroepen en volledig uit zijn voegen is gegroeid. Ik heb niks tegen farmaceuten, apothekers of groothandels, ik ben warm voorstander van onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen. Maar we hebben wél een einde willen maken aan die honderden miljoenen euro’s aan bonussen en kortingen. Het is de ultieme vorm van marktwerking.”
Van oneigenlijke consequenties wil Van Boxtel dan ook niets weten. “De voorschrijver is en blijft de baas. Dit beleid helpt huisartsen bij het volgen van hun eigen richtlijnen: generiek waar het kan, specialité waar het moet.”
Lagere prijzen helpen volgens Menzis om zorgkosten in de toekomst betaalbaar te houden. Voor Van Boxtel is er slechts één maar. Nu profiteren klanten van alle zorgverzekeraars van de forse prijsdalingen. “Andere verzekeraars kunnen best zeggen dat zij zich geen freerider voelen; ze zijn het wel. Het zou eerlijker zijn als degene die zijn nek heeft uitgestoken om onrechtvaardigheden in de farma-kolom uit te bannen, daar ook de vruchten van plukt. Klink moet de wet- en regelgeving zodanig veranderen dat de besparingen op de juiste plek vallen.”
Intussen gaat Menzis op volle kracht vooruit met het preferentiebeleid. Van Boxtel erkent dat het preferentiebeleid de relatie tussen verzekeraars en zorgaanbieders op z’n zachtst gezegd heeft verscherpt. Maar, zegt hij, “wantrouwen is nooit ons oogmerk geweest. Ik voel mij ook geen onderdeel van dat wantrouwen, maar ik constateer dat er partijen zijn die het wel voelen. Wanneer je de gegroeide marktverhouding gerechtvaardigd doorbreekt, leidt dat tot reflexen. Tegen apothekers zeg ik: ons doel is niet om jullie van de markt te krijgen. Wij pakken een mechanisme aan dat maatschappelijk gezien niet houdbaar was. We doen het niet om te pesten. Wij willen graag met apothekers in gesprek om met behoud van het preferentiebeleid te praten over vergroting van de toegevoegde waarde. Aantoonbaar hogere kwaliteit en service willen we belonen.”
Sommige reflexen kunnen in de ogen van Menzis niet door de beugel; de verzekeraar liet in het afgelopen jaar geen kans onbenut om in dat soort gevallen de rechter om een oordeel te vragen. “Af en toe zie je stuiptrekkingen: apothekers die proberen onze verzekerden te verleggen naar een andere zorgverzekeraar. Dat mag niet, en ik vind dat brancheorganisaties dat een halt moeten toeroepen. Net zoals we onder verzekeraars een code hebben dat we zorgverleners niet gebruiken voor eigen reclame.” Dat de meestal relatief kleine zorgaanbieders geen partij zijn voor de machtige verzekeraars, wuift Van Boxtel weg. “Dat is altijd een kwestie van eigen afweging. Er zijn veel individuele fysiotherapeuten en groepspraktijken. Zo hebben we ook kleine apotheken versus de ketens. En grote en kleine zorgverzekeraars. Branches moeten zelf kijken hoe ze daarmee omgaan. Als het scheef groeit, hebben we mededingingsautoriteiten die daar toezicht op houden; die zitten daar volgens mij heel zorgvuldig in. Het zal u gezien mijn eigen publiek verleden niet verbazen dat ik veel waarde hecht aan goed toezicht. Ik heb niet het gevoel dat er sprake is van onevenwichtigheid.”