Een patiënt kan zich pas een goed oordeel vormen als hij zo breed mogelijk is geïnformeerd. Marc Broeren, medisch directeur van Novartis, vindt dat alle partijen daarin een rol kunnen spelen. “In een vrije markt past het niet dat je er als industrie om moet vragen serieus genomen te worden. Het is de plicht van de markt dat je die erkenning krijgt.” Op het gebied van informatievoorziening aan patiënten is Nederland veel te behoudend, vindt hij. Het lijkt wel alsof de politiek kunstmatig een buffer in stand wil houden om de scheidslijn tussen voorlichting en reclame niet al te strak te hoeven trekken, vindt Broeren. Hij ziet dat er maatschappelijke ruimte ontstaat voor bedrijven om te voldoen aan de vraag van patiënten om meer informatie. “In de driehoek patiënt - zorgaanbieder - verzekeraar wordt de positie van de patiënt steeds belangrijker. De overheid stimuleert dat. Patiënten dienen een mening te hebben. Ze moeten maximaal geïnformeerd zijn om hun kracht in de markt te vergroten.”
In een vrije markt moet iedereen vrij zijn om zijn mening te geven. Volledig betrouwbare, onafhankelijke en objectieve informatie kan feitelijk niemand verschaffen, want uiteindelijk vertegenwoordigt iedereen een belang. “Ik zie het als een legitiem recht van de industrie om de eigen producten onder de aandacht te brengen. De patiënt is volwassen genoeg om zelf de afzender te wegen.”
De communicatiekanalen van deze tijd bepalen hoe mensen informatie tot zich nemen. “Veel mensen zoeken zelf naar die informatie, vooral via het web. Op internet kan iedereen zijn vraag stellen, dan moet iedereen ook antwoord kunnen geven.”
De industrie moet haar informatie nu via een omweg (bijvoorbeeld via artsen) verstrekken. Broeren wil meer vrijheid, maar stuit op een overheid die bang is dat bedrijven daar niet mee kunnen omgaan. “Wie vrijheid vraagt, moet zich realiseren dat je daar wel een prijs voor betaalt. Je moet je voor de kwaliteit van de informatie kunnen verantwoorden. Dat kan via een gedragscode voor informatievoorziening.” Hij vergelijkt het met de gedragsregels rond reclame zoals die zijn ontwikkeld binnen de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR). Voor informatie wil hij een soort keurmerk introduceren. De ontvanger kan daardoor direct zien dat hij met betrouwbare informatie van doen heeft.
Dat de Nederlandse overheid zo terughoudend is op dit gebied, heeft volgens Marc Broeren voor een belangrijk deel met geld te maken. “De gedachte is dat als patiënten meer informatie krijgen en dus meer weten over bepaalde producten, ze er ook meer om gaan vragen”, zegt hij. Maar door een geneesmiddel te registreren heb je als overheid bevestigd dat het product zijn geld en de investering waard is.” De redenering is te eenzijdig, vindt Broeren. “Je moet de prijs van een geneesmiddel beoordelen in relatie tot de gezondheidswinst die het oplevert en niet louter kijken naar de kostenkant.”