Ivan Wolffers (Vrije Universiteit)

De roep om regels voor transparantie over de banden tussen artsen en farmaceutische bedrijven is wereldwijd, zegt professor Ivan Wolffers. “Dit is één van de grote problemen in de gezondheidszorg.” De verantwoordelijkheid ligt bij de arts, vindt hij. “Die moet zijn beroep schoon houden.”

Verontrustend is volgens Wolffers dat de betrokkenheid van zoveel deskundigen bij activiteiten van de farmaceutische industrie het moeilijk maakt om onafhankelijke experts bij elkaar te krijgen voor overheidscommissies. “Er moeten nieuwe garanties komen om onderzoek grondig te toetsen. De overheid kan zich daar niet van blijven distantiëren. Het moge helder zijn dat wetenschap altijd onafhankelijk moet zijn. Regels proberen dat te garanderen, maar wetenschappers blijven mensen: niemand is honderd procent objectief”, erkent Wolffers. “Regel 1 moet daarom zijn: transparantie. Als er sprake is van belangenverstrengeling, moet dat op z’n minst helder zijn.” Als hij minister van Volksgezondheid was, had hij de ‘Sunshine Act’, die in de Verenigde Staten transparantie over banden tussen artsen en bedrijven verplicht stelt, allang ingevoerd. “Nederland is op dit gebied achtergebleven. In de Verenigde Staten is men al veel verder. Op basis van openbaarheid van bestuur heeft iedereen inzage in wat artsen krijgen overgemaakt voor lezingen, consultancy, en ga zo maar door.”
Wie in gebreke blijft, krijgt sancties, zoals een schorsing. “Het is prima dat bedrijven samenwerking zoeken met artsen en het is logisch dat zij daarbij de grenzen opzoeken.” Het zijn echter de artsen die van Wolffers in de eerste plaats hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar: “Die zijn vaak naïef, onnozel, of willens en wetens blind. Vaak worden ze onbewust ergens naartoe getrokken. Ze worden gevraagd voor een lezing of presentatie, denken mee in een bepaalde richting; het is een geleidelijke schaal waar ze in meeglijden. Maar opgeteld bij die onnozelheid en een zekere hebzucht is dat funest voor een beroepsgroep. Daarom moet de overheid een beetje helpen door regels op te stellen.”

Regels dus. “Zorg ervoor dat mensen die betrokken zijn bij belanghebbende partijen de deur uit gaan op het moment dat de stemming plaatsvindt. Dus wel hun argumenten horen, maar dan wegwezen.”
Wolffers benadrukt dat hij de discussie uit de sfeer van verwijten en beschuldigen wil halen. “Dit is niet een kwestie van slechte mensen versus goede mensen. Ik twijfel niet vaak aan iemands integriteit. Het is een ontwikkeling die sluipend is gegaan, gestuurd door belangen. De meeste betrokkenen hebben zich nooit gerealiseerd wat de gevolgen zijn.”

We hechten aan evidence-based geneeskunde, vervolgt hij. “Als er sprake is van belangenverstrengeling schuift die een bepaalde kant op. Farmaceutische bedrijven zijn belangrijke financiers van geneesmiddelenonderzoek, en die hebben ontegenzeggelijk een belang. Als ‘eigenaar’ verwachten zij iets terug. Van hen uit gezien terecht, iedereen wil toch het beste voor zijn geld? Maar dat moet je wél meewegen in de beoordeling van onderzoek.”
Toch erkent ook Wolffers dat niet zozeer de afzender, maar in de eerste plaats de informatie zélf aan bepaalde eisen moet voldoen. “Informatie moet dialogisch zijn. Die is uitgebreider en vollediger dan eenzijdige, niet-dialogische informatie. Daar ben je dus langer mee bezig, maar je geeft mensen er alles mee in handen om zelf beslissingen te kunnen nemen.”

“Weet u: we moeten niet zo in kampen denken. We hebben samen een probleem, dat moeten we samen oplossen. We moeten er met elkaar voor zorgen dat de geneeskunde haar geloofwaardigheid behoudt. Want als die wordt ondermijnd, krijg je de situatie waarin de helft van de meisjes niet komt opdagen voor een vaccinatie tegen baarmoederhalskanker.”