Bert Oosting (Lovells)

Bert Oosting, partner bij de Amsterdamse vestiging van het internationale advocatenkantoor Lovells, is het oneens met het pleidooi van Huub Schellekens. Hij noemt exclusiviteitsrecht van levensbelang voor een gezonde farma-industrie. “Zonder octrooien geen innovatie”, stelt de expert op het gebied van intellectueel eigendom en octrooibescherming. “In de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen gaat ontzettend veel tijd en ontzettend veel geld zitten. Er worden hoge eisen aan gesteld en dat is ook logisch: het gaat hier om de volksgezondheid. Voordat een medicijn helemaal is doorontwikkeld zijn er zeer, zeer aanzienlijke kosten gemaakt. En dat zijn dan nog de geneesmiddelen die het echt redden. Een veel groter deel redt het helemaal niet.”

Tegenover die hoge kosten moeten verdiensten staan, vervolgt hij. “In de eerste plaats door reële prijzen te rekenen.” De kritiek dat die prijzen nog wel eens door de plafonds heen schieten, weerlegt Oosting door te wijzen op de wet die daaraan een maximum stelt. “Maar om een bedrijf ook echt de kans te bieden om de investeringen terug te verdienen, geeft een octrooi gedurende een bepaalde periode een exclusieve marktpositie voor de houder. Neem je die weg, dan worden de gemaakte kosten niet terugverdiend en kunnen ze op termijn ook niet meer worden gemaakt. In mijn optiek is dat funest voor verdere innovatie.”

Het onderzoek en de daaraan verbonden kosten volledig neerleggen bij de medische wetenschap, zoals Schellekens voorstelt, is volgens Oosting ondenkbaar. “Ik geloof er niet in dat de wetenschap dit overneemt. Hoe kan men daar ooit die enorm hoge kosten dragen? Bovendien: feit blijft dat de wetenschap afhankelijk is van de bedrijven - die zijn absoluut noodzakelijk voor de kwaliteit en de continuïteit van onderzoek.”

Ook langs een andere route bevorderen octrooien de innovatie. Een octrooiaanvraag wordt namelijk achttien maanden na indiening openbaar gemaakt. De aanvrager is verplicht bij zijn aanvraag alle informatie te geven die de vinding ‘nawerkbaar’ beschrijft. “Als de informatie openbaar is, kan iedereen er kennis van nemen en een eigen ontwikkelprogramma opzetten”, legt Bert Oosting uit. “Zo ontstaan weer nieuwe ideeën en nieuwe inzichten die innovatie in de hand werken.”

Ook de Europese Commissie heeft in een recent rapport het belang van octrooibescherming nog weer eens onderschreven, zegt Oosting. “Als je kijkt naar het definitieve rapport, blijkt maar al te duidelijk dat de Europese Commissie gelooft in adequate octrooibescherming. De gekozen way forward is juist een béter octrooisysteem, met een gemeenschapsoctrooi voor de hele Europese Unie, een gemeenschappelijke procedure en een goed, snel en kritisch Europees Octrooibureau.”