Er is een uittocht gaande van hoogwaardige banen uit Nederland. Zorgelijk, vindt Toine Pieters, want daarmee graaf je als kenniseconomie je eigen graf. Hij is een warm pleitbezorger van investeringen in de farmaceutische sector. “Nederland behoort van oudsher tot de wereldtop en kan die positie blijven behouden. Maar daar moeten we wel iets voor over hebben.”
Voor farmaceutisch Nederland is de crisis misschien wel een blessing in disguise. Het bewijs: de afgelopen jaren is er een enorme kwaliteitssprong gemaakt. “Van 1985 tot 2000 was er sprake van een ‘hoorn des overvloeds’”, zegt Toine Pieters. “Dat is fnuikend voor de innovatiedrive van mensen. Dat veranderde na 2000. De economische omstandigheden en de nieuwe wetgeving rondom financiering dwongen apothekers na te denken over hun rol en over mogelijkheden voor innovaties. Dat heeft geleid tot een enorme kwaliteitsverbetering. Ook wat wetenschappelijke publicaties betreft doen we het goed. Kortom: Nederland hoeft zich nergens voor te schamen. Er is alle reden om te investeren in de farmaceutische sector.”
Natuurlijk, op het eerste gezicht gaat het niet goed met de sector. De ontwikkelingen rond Abbott en Organon zijn niet bepaald visitekaartjes. Maar als je wat breder kijkt, zie je volgens Pieters een heel ander plaatje. “Neem Crucell, een Nederlands biotechbedrijf dat uit het niets in twintig jaar tijd wereldleider is geworden op het gebied van vaccins. Of DSM, een van de belangrijkste geneesmiddelenindustrieën in Nederland en de grootste vitaminefabrikant ter wereld. Afbraak en opbouw bestaan naast elkaar. Natuurlijk is niemand blij met de uitverkoop in Weesp en Oss, maar het is zeker niet allemaal kommer en kwel.” Toine Pieters pleit voor het opzetten van kweekvijvers van farmacologisch talent. Plekken waar hooggekwalificeerde mensen van verschillende bedrijven met elkaar samenwerken. Dat lijkt haaks te staan op de realiteit van wegtrekkende bedrijven. Maar Pieters is zeker van zijn zaak. “We moeten oppassen dat we het kind niet met het badwater weggooien. Er is in Nederland veel expertise aanwezig van farmacologen en chemici die op hoog niveau bezig zijn met r&d. Het is niet slim om die clusters van kennis te laten afsterven. Dat is pure kapitaalvernietiging. Je kunt beter zorgen dat ze een nieuwe start maken. Bij Abbott zijn de mensen zelf van onderop bezig om zo’n kweekvijver op te zetten en hun kennis voor dit land te behouden. Dat initiatief verdient alle steun van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.”
Samenwerken
Hij roept overheid en bedrijfsleven op om te investeren in die kweekvijvers. Samenwerken is namelijk een cruciale factor als het gaat om succesvolle innovatie. Daarom is de huidige trend van het uit elkaar trekken van bedrijfsonderdelen ook zo zorgwekkend. Ter illustratie noemt Pieters oude Bayer-laboratoria die de blauwdruk vormden voor de moderne farmaceutische industrie: korte lijnen en vakmensen uit verschillende disciplines die samenwerkten. Het resultaat: topprestaties. “Kruisbestuiving is goed voor de creatieve flow en het innovatief vermogen. Dat zie je ook in de scienceparken. Dat concept heeft zich in de loop der tijd bewezen. Van alle starters bereikt maar een heel klein deel de top, maar het grote plaatje is helder: er zit muziek in.” Het geheim is wat hem betreft: kijken naar de sterke punten van de verschillende organisaties en daar heel gericht op inzetten. “Abbott is van oudsher gericht op chemie, terwijl Organon de expertise in huis heeft op het gebied van hormonen. Dat is waar ze in uitmunten, en dus moet je daarin investeren. Dan heb je een waardevolle basis om op voort te bouwen.” Het draait in de farmaceutische wereld volgens Pieters veel te veel om geld. Maar gezond beleid vraagt ook om een langetermijnvisie en een brede blik. Dat is niet altijd makkelijk, geeft hij toe. “Natuurlijk is het verleidelijk om werkzaamheden uit te laten voeren in China en India tegen een fractie van de prijs. Maar je moet je afvragen of je dan wel dezelfde kwaliteit krijgt.
Kortetermijndenken en de focus op geld zijn dodelijk voor innovatie. Het gaat bij hoogwaardig kenniswerk uiteindelijk om de menselijke factor. Mensen bezitten de creativiteit, het innovatief vermogen. Als je je als kenniseconomie wilt profileren, moet je je niet laten verdrijven naar het buitenland. Dan moet je kennis en economie daadwerkelijk hand in hand laten gaan en diepteinvesteringen willen doen. Zo niet, dan zullen we over twintig jaar moeten constateren dat we de boot hebben gemist.” Daarom moeten overheid, bedrijfsleven en wetenschap elk hun verantwoordelijkheid nemen. Dat betekent niet alleen investeren en het scheppen van een goed ondernemingsklimaat, maar ook goed wetenschappelijk onderwijs. “Nederland wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten”, waarschuwt Pieters. “Maar dat gaat niet. In alle succesvolle economieën wordt veel geld besteed aan fundamenteel onderzoek, omdat daar de basis wordt gelegd voor creativiteit en innovatie.”
Wereldtop
We moeten vooral niet te klein denken, vindt Pieters. Van oudsher behoort Nederland tot de farmaceutische wereldtop. Van hormonen tot vaccins, we hebben altijd wel ergens in uitgeblonken. “Reden genoeg om te geloven dat we die positie ook in de toekomst kunnen behouden. De kracht van Nederland zit in het uitmunten in een niche. Natuurlijk zijn we een klein land, maar als Nederland zich ziet als onderdeel van Europa, dan hebben we een grote thuismarkt die zich makkelijk kan meten met Amerika.”