Paul Habets (LHV)

Toen huisartsen aankondigden geen herhaalrecepten meer uit te schrijven voor dure geneesmiddelen, was de kritiek niet van de lucht. Maar de LHV is er allerminst op uit om patiënten het leven zuur te maken, zegt vice-voorzitter Paul Habets. “De minister hoeft alleen maar met een helder signaal te komen dat die bezuiniging van 127 miljoen euro van tafel is.”

De Landelijke Huisartsen Vereniging is het er niet mee eens dat de minister de huisarts gaat korten, terwijl het de medisch specialist is die mogelijk te dure geneesmiddelen voorschrijft. De vereniging wil naar eigen zeggen ‘het kabinet en minister Klink een eerste krachtig signaal geven dat bezuinigingen op de huisartsenzorg ontoelaatbaar zijn’. “Meewerken aan besparingen in de zorg willen we best doen, graag zelfs”, licht vice-voorzitter Paul Habets toe. “Maar niet door bezuinigingen in de eerste lijn. De minister wil juist meer zorg bieden via die eerste lijn. Dan moet je daar investeren, niet bezuinigen. Met de mond belijdt hij dat huisartsenzorg een cruciale rol vervult, maar hij handelt er niet naar.”

“In het buitenland prijst de minister ons omdat we zo doelmatig voorschrijven. Dit probleem ligt ook helemaal niet bij ons. Wij hebben gezegd: de grootste winst is te behalen bij de ziekenhuizen, dáár worden die dure patentgeneesmiddelen voorgeschreven. Maar de minister wil dat niet oplossen en legt het probleem eenzijdig bij de huisarts neer.”
En daar trekt de LHV de grens. “Ons belangrijkste doel is het gesprek tussen de specialist en de patiënt op gang te brengen. Nu zitten wij als huisartsen aan het eind van het traject en voeren we op een verkeerd moment het gesprek met de patiënt. Dure geneesmiddelen zitten bij de specialist in de pen. Het is de kunst om die eruit te krijgen.”

Dat specialisten vaker duurdere geneesmiddelen voorschrijven, zou te maken hebben met kortingen die ziekenhuizen krijgen van farmaceutische bedrijven. “Ziekenhuizen nemen van farmaceuten een heel palet aan middelen en producten af en zijn voor hun onderzoeksfondsen vaak ook afhankelijk van de industrie. Voor goed onderzoek naar nieuwe en verbeterde geneesmiddelen hebben wij de industrie hard nodig. Bedrijven maken op hun beurt gebruik van ziekenhuizen en de daar werkzame specialisten. Soms worden specialisten gedwongen om deals te maken, bijvoorbeeld door ook patiënten te includeren die misschien beter een ander, goedkoper middel konden krijgen. Van die koppelverkoop moeten we af; dit soort afwegingen mogen niet de drijfveer zijn in het bepalen welk geneesmiddel een patiënt krijgt.”
Richting de ziekenhuizen klinkt bij Habets niet veel verwijt door. “Ze zitten met budgetteringsproblemen. Als je een goede deal kunt sluiten, dan doe je dat als goed koopman natuurlijk.” Ook voor de handelwijze van specialisten heeft Habets best begrip. “Vaak zijn het helemaal geen bewuste praktijken. Als een dure maagzuurremmer gratis op de plank ligt, zou je als specialist toch wel gek zijn om iets anders voor te schrijven? Maar als zo’n patiënt uit het ziekenhuis wordt ontslagen, wordt hij vaak niet teruggezet op het goedkopere middel dat hij kreeg toen hij binnenkwam. De farmaceut is dan spekkoper; hij heeft zijn doel bereikt.”

De boze reacties van patiëntenorganisaties hebben de LHV bevreemd. “Ze stellen dat patiënten nergens de dupe van mogen worden. Maar bij de bezuiniging die de minister voorstelt, worden ze dat sowieso. Natuurlijk gaat ook de patiënt het merken als er op de huisartsenzorg verder wordt gekort.”
Habets nam telefonisch contact op met de betreffende organisaties, liet berichten achter, maar moest de verongelijkte commentaren desondanks uit de media vernemen. “Blijkbaar baseren ze zich liever op krantenkoppen dan op informatie van onze kant. Dat is jammer, want daardoor ontstaan verkeerde verhalen. Ze roepen het beeld op van zielige bejaarden die achter hun rollator vanuit dorp x naar ziekenhuis y moeten om een receptje op te halen. Maar wij zijn er helemaal niet op uit om patiënten het bos in te sturen. We leggen gewoon de recepten nog eens voor aan de specialist met de vraag om nog eens goed te kijken of het dure middel wel nodig is. De meeste patiënten zullen dan worden teruggezet naar een goedkoper medicijn. Als er medische redenen zijn om wel voor het dure middel te kiezen, vragen we aan de specialist om die herhaalreceptuur op zich te nemen. Maar dat zal in onze ogen om een zeer beperkte groep gaan. We willen dolgraag de patiënt weer terwille zijn en dat voorschrijven weer op ons nemen, maar dan moet de minister wel eerst tot inkeer komen.”

Over de medewerking van zijn leden is Habets niet ontevreden. “Ik zie overal in het land dat huisartsen ermee bezig zijn. Natuurlijk zullen achtduizend praktiserende huisartsen niet allemaal op hetzelfde moment dezelfde dingen doen. Het is geen militaire operatie. Maar er is iets in beweging gezet. We zien reactie in ziekenhuizen en bij specialistenmaatschappen. Onze maatregel brengt een zinvolle discussie op gang en dat alleen al is winst.”