Saskia Doornweerd van GlaxoSmithKline neemt met de grootst mogelijke stelligheid afstand van de gewekte suggestie dat de handelswijze van GSK in strijd is met ethische normen. “De conclusie van Wemos dat wij ons voordeel hebben gedaan met de kwetsbare positie van vrouwen, werpen wij verre van ons. Het beleid van GSK vereist dat alle studies worden uitgevoerd volgens de geldende wetten en richtlijnen.”
“We binden ons alleen aan goedgekeurde onderzoeksprotocollen. Ons bedrijf eist dat alle onderzoekscentra die meedoen dezelfde hoge standaarden hanteren als wijzelf. Anders doen we er geen onderzoek.”
“We begrijpen best wat Wemos wil bewerkstelligen. Dat de standaarden rond klinisch onderzoek in ontwikkelingslanden goed onder de loep worden genomen, kunnen wij alleen maar toejuichen. Ik ben het met ze eens dat toezichthoudende instanties in Europa goed moeten letten op ethische kwesties. Maar de weg die Wemos kiest, is niet verstandig. Door zo om te gaan met een bedrijf dat vooroploopt in de bevordering van de beschikbaarheid van geneesmiddelen in ontwikkelingslanden, dreig je het kind met het badwater weg te gooien.”
De suggestie is gewekt dat GSK zich met onderzoek naar een nieuw middel tegen borstkanker bewust richt op kwetsbare vrouwen uit ontwikkelingslanden. Doornweerd laat weten dat haar bedrijf bij de selectie van landen de lijst hanteert van de World Health Organization.“
GSK doet er alles aan om patiënten voorafgaand aan het onderzoek goed te laten informeren. “Ze komen beslagen ten ijs. Alle patiënten die hebben deelgenomen in alle verschillende centra waren volledig geïnformeerd. Ze wisten om wat voor onderzoek het ging, waren op de hoogte van het bestaan van alternatieve behandelmethodes en hebben vervolgens het advies gekregen om eventueel nog eens goed met een onafhankelijke arts te spreken. Uiteindelijk was het hun eigen keus.”
Toch is dat waar Wemos over struikelt. Alternatieve therapieën zijn voor westerse, goed-verzekerde patiënten wellicht bereikbaar, maar voor onverzekerde, arme Indiase vrouwen niet. Daarom zouden zij sneller geneigd zijn om te ‘vluchten’ in een experimenteel geneesmiddel, nu dat bij wijze van onderzoek gratis beschikbaar werd gesteld. Volgens GSK valt daar veel op af te dingen.
Had het bedrijf niet tóch eerst een ‘bewezen’ behandeling kunnen aanbieden, om alle eventuele misverstanden op voor hand uit de weg te ruimen? “Wemos zou moeten weten dat juist het betalen voor een eventuele voorafgaande behandeling als onethisch beschouwd kan worden. In India is de toegang tot de gezondheidszorg inderdaad niet voor iedereen even goed geregeld. Daar zit Wemos ook vooral mee: eigenlijk zijn geneesmiddelen in dat soort landen voor veel patiënten onbereikbaar. Maar armoede is niet iets dat de farmaceutische industrie kan verhelpen. We moeten met z’n allen werken aan een goede gezondheidszorg. GSK is betrokken bij diverse duurzame initiatieven om de toegang tot zorg te vergroten. Natuurlijk gebruiken we onze invloed waar we kunnen, maar het is primair de verantwoordelijkheid van overheden, ondersteund door publieke organisaties en ngo’s. Onze bedrijfstak kan daar zeker een rol in spelen, maar we kunnen de armoede in de wereld echt niet oplossen.”
Intussen staat het bedrijf wél publiekelijk te kijk. “Ach”, zegt Saskia Doornweerd, “we zijn helaas wel wat gewend in deze branche. Wij gaan gewoon door met vertellen hoe de werkelijkheid in elkaar zit. We hebben niks te verbergen.”