Frenk Peeters (Maastricht University)

Psychiater Frenk Peeters weerspreekt dat het aantal mensen dat lijdt aan een depressie in de afgelopen jaren is toegenomen. “Het Trimbos-instituut heeft in de jaren negentig onderzoek gedaan naar de prevalentie van depressies. Dat is recent herhaald. Uit die cijfers blijkt dat er eerder sprake is van een lichte afname. Van een epidemie is dus geen sprake.”

“Wat we wel zien is dat er veel meer aandacht voor het onderwerp is gekomen. In de jaren negentig werd duidelijk dat veel mensen rondliepen met een depressie zonder dat ze daarvoor behandeld werden, maar die daar wel onder leden. Het is toen wereldwijd op de agenda gezet met het idee die mensen op te sporen en te behandelen zodat het beter met
ze zou gaan. In Engeland had je de bijvoorbeeld de Defeat Depression Campaign. Farmaceutische bedrijven hebben daar denk ik ook wel een rol in gespeeld: er kwamen middelen op de markt die veiliger waren en makkelijker voor te schrijven en in te nemen waren dan de medicijnen die tot dan toe beschikbaar waren. Dat heeft de drempel ook verlaagd.” Trudy Dehue betoogt dat tegenwoordig veel meer vormen van leed onder depressie geschaard worden. Volgens Peeters gaat het in de dagelijkse praktijk om de vraag wanneer je iets een stoornis noemt, en wanneer je er dus voor kiest om te gaan
behandelen. “Als je de huidige criteria toepast, valt inderdaad een heleboel leed onder de categorie depressie. Soms gaat het om mensen die iets ingrijpends hebben meegemaakt, waar hun leed een reactie op is. Het is heel belangrijk om een onderscheid te maken tussen wat we normaal en abnormaal vinden. Welk lijden valt in de normale menselijke reikwijdte,
en welk leed doet dat niet meer? Je kunt denken aan een bevalling: die doet pijn maar niemand noemt het een stoornis. Het is leed, maar niet abnormaal. Je moet je afvragen in hoeverre je leed kunt gebruiken om vast te stellen of er sprake is van een stoornis. Want als je iets benoemt als een stoornis, dan zeg je ook dat het dus behandeld kan of moet
worden.”

Bezinning
“Het is nu zo dat veel symptomen na verloop van tijd vanzelf overgaan, of dat er iets moet veranderen in iemands leven. Een slecht lopend huwelijk, werk dat niet goed gaat: dat vraagt om bezinning en actie. Dat doen ook heel veel mensen, waarna ze vaak prima de draad weer kunnen oppakken. Dit komt ook terug in de nieuwste behandelrichtlijnen:
mensen bij wie het niet gaat om heel ernstig lijden, die nog redelijk functioneren en waar de klachten nog niet zo lang bestaan, wordt watchful waiting aangeraden. Heel vaak krabbelen patiënten dan na een tijdje zelf weer op. Dit is ook representatief voor de houding in de Nederlandse pscyhiatrische praktijk; we gaan heus niet gelijk elk leed te lijf met depressiebehandelingen.” In de media wordt steeds meer het beeld geschetst dat mensen voor het minste of geringste een pilletje voorgeschreven krijgen, maar dat is in de praktijk helemaal niet het geval. Peeters: “Als mensen een langdurige depressie hebben, niet meer goed functioneren en daar ook veel last van hebben, dan ga je met die mensen in dialoog over wat er aan de hand zou kunnen zijn. Vervolgens ga je kijken naar een behandelmethode. Het gebruiken van een antidepressivum is dan één mogelijkheid, maar er zijn bijvoorbeeld ook vormen van gesprekstherapie die net zo effectief zijn. Het punt is dat we niet van tevoren weten bij wie welke behandeling het beste werkt. Een ander probleem is dat het voorschrijven van een antidepressivum soms makkelijker is dan het vinden van een geschikte therapeut die goed geschoold is en op korte termijn tijd heeft. Soms zit je als dokter ook met je handen in het haar. Dan heb je een patiënt met wie het erg slecht gaat en die je bij een goede therapeut wilt krijgen, maar loop je aan tegen ellenlange wachttijden, terwijl je toch op dat moment iets voor zo iemand moet doen.”

Publiciteit
Door de dood van Antonie Kamerling is het maatschappelijk debat over depressies weer aangewakkerd. Peeters: “Ik kan over deze individuele casus geen uitspraak doen, want ik weet daar niets van. Deze zaak brengt wel weer veel publiciteit rond dit onderwerp met zich mee. Voor mij is belangrijk dat mensen begrijpen dat het bij depressie kan gaan om
groot en soms levensbedreigend lijden. Dat mag niet gebagatelliseerd worden. Je wilt niet dat het beeld ontstaat dat het om aanstellerij gaat, of dat we bezig zijn met kosmetische psychiatrie. Het gaat om echt ernstige ziektebeelden.” Peeters vindt niet dat Trudy Dehue depressie bagatelliseert. “Ik vind wél dat zij geen representatief beeld geeft van de
stand van zaken in de wetenschap en in de psychiatrische praktijk. Zij zegt dat wij vooral neurobiologische verklaringen hanteren en dat ben ik niet met haar eens. In haar boek beschrijft ze ook hoe behandelingen gaan, dat mensen voornamelijk met biologische behandelingen tegemoet worden getreden en dat is in de dagelijkse praktijk helemaal niet het geval. Er is een heel scala aan behandelmethoden. De nieuwe richtlijn over depressie is daar ook heel duidelijk over. Het belangrijkste is uiteindelijk dat we in Nederland met z’n allen komen tot een goed behandelbeleid voor mensen met ernstige depressies. Voor iedereen moeten alle behandelmogelijkheden beschikbaar zijn en blijven. Zeker met alle huidige financiële perikelen is dat een van mijn grootste zorgen.”