Als het gaat om argwaan ten aanzien van zijn bedrijfstak, is Maarten Beekman wel wat gewend. Maar de kritiek op contractonderzoek vindt hij niet terecht. “Wij hanteren de hoogste ethische standaard.”
AstraZeneca is een van de farmaceutische bedrijven die in zee gaan met CRO’s en wier praktijken dus indirect onder vuur liggen in het SOMO-rapport. Bevindingen waar Maarten Beekman zich absoluut niet in herkent. “Farmaceutische bedrijven hebben een serieus imagoprobleem”, erkent hij. “Dat is een erfenis uit het verleden waar we maar moeilijk mee kunnen afrekenen. Dat is jammer, want de huidige praktijk is volslagen anders. Ethiek staat bij ons hoog in het vaandel.” Beekman neemt nadrukkelijk afstand van de suggestie dat de farmawereld louter geldgedreven is. “Natuurlijk, wij zijn een commerciële organisatie. Wij willen medicijnen verkopen. Maar een groot deel van ons budget gaat naar onderzoek voor
nieuwe medicijnen: een maatschappelijk belang. Geld is vooral belangrijk omdat het ons in staat stelt om nieuwe middelen te blijven ontwikkelen.” Ook weerspreekt hij de suggestie dat tijd en geld de enige redenen zijn om het testen van medicijnen te verplaatsen naar emerging markets. Minstens zo belangrijk is ‘het getal’. “Studies worden steeds groter en complexer. Het is eenvoudigweg niet meer mogelijk om de benodigde patiënten te vinden
in Europa en Amerika. We moeten dus ons werkgebied uitbreiden, maar dat doen we op een fatsoenlijke manier. Wij verdienen geen geld over de hoofden van de patiënten.” Dat zouden de aandeelhouders volgens Beekman ook niet pikken. “Ethisch zaken doen is ook in onze branche een vanzelfsprekendheid. Het gaat allang niet meer alleen om het geld, maar om people, planet en profit. Je kunt de profit vergeten als je niet goed zorgt voor people en planet. Geld is eindig. Als je niet inzet op de andere 2 p’s, delf je uiteindelijk het onderspit.”
Eigen vlees
Ethiek staat bij AstraZeneca zowel uit principieel als uit praktisch oogpunt hoog op de agenda. “Het doel van klinisch onderzoek is innovatieve geneesmiddelen op de markt brengen voor mensen die ze nodig hebben. Wij zouden in ons eigen vlees snijden als we een loopje zouden nemen met de ethische normen. Met klinisch onderzoek zijn honderden miljoenen euro’s gemoeid. Als je de regels aan je laars lapt, gaat dat geld down the drain. Onderzoeksgegevens worden dan niet geaccepteerd, waardoor je het medicijn niet op de markt mag brengen. Dat risico kunnen wij ons niet veroorloven.” Het gebrek aan toezicht waarvan het SOMO-rapport rept, noemt Beekman onzin. “Het is nergens voor nodig om ons te geloven op onze blauwe ogen. Er zijn genoeg controlemechanismen ingebouwd die garant staan voor goed en fatsoenlijk onderzoek. Voordat we met een CRO in zee gaan, kijken we heel kritisch naar hun bedrijfsvoering vanuit het responsible procurement-principe. Zeker als je je op nieuwe markten begeeft, is zo’n controle extra belangrijk. Hoe opereren ze? Hoe doen ze onderzoek? Hoe staan ze bekend? Dat willen we allemaal weten.”
Als dat in orde is bevonden en het onderzoek daadwerkelijk van start gaat, gebeurt dat in nauwe samenwerking met de CRO. Elke stap wordt gemonitord. Zo gaan managers van AstraZeneca ter plekke poolshoogte nemen, en zijn er wekelijks teleconferenties. “We zitten er echt bovenop”, verzekert Beekman. “We willen zeker weten dat de patiënt bij de CRO in goede handen is. Daarom hanteren we naast de Good Clinical Practice Guidelines ook de Declaratie van Helsinki – in ethisch opzicht de hoogste standaard. Je hebt het over mensen, geneesmiddelen en gezondheid; daar kun je niet zorgvuldig genoeg mee omspringen. Weinig zaken zijn zo zorgvuldig in elkaar gestoken als klinisch onderzoek. Zo hechten we bijvoorbeeld veel waarde aan goede informatievoorziening aan de patiënt. Als we in Zuid-Afrika werken, vertalen we het protocol in alle benodigde talen. En we zorgen voor een culturele vertaling, zodat iedereen het ook begrijpt. Daarnaast verzorgen we de opleiding aan lokale artsen, zodat die op verantwoorde wijze de patiënten kunnen begeleiden bij het onderzoek.” Verder zijn er interne audits, uitgevoerd door onafhankelijke partijen, en inspecties van de FDA of regionale autoriteiten als het CBG. “Dus hoezo gebrek aan toezicht? Het hele proces is sterk gereguleerd. Er is geen ruimte voor creativiteit in de uitvoering. En terecht.” De mogelijke kloof tussen theorie en praktijk kan volgens Beekman hooguit gelden voor kleine bedrijven die worstelen met gebrek aan mankracht om adequaat toezicht te houden. Maar ongezonde praktijken op grote schaal? Dat lijkt Beekman uiterst onwaarschijnlijk. Daarvoor staat er te veel op het spel.
Beeldvorming
De kritiek komt volgens Maarten Beekman niet alleen voort uit een verkeerde perceptie van de farmaceutische industrie, maar ook van de landen waar onderzoek wordt gedaan. “We zijn nog niet gewend om op een volwassen manier met landen als China en India om te gaan. Alleen al de term ‘ontwikkelingslanden’, die standaard gebruikt wordt, zegt veel over hoe wij er als westerse landen tegenaan kijken. Het zou van respect getuigen als we onze beeldvorming bijstellen en wat minder krampachtig zouden doen. Het zijn emerging markets: snel groeiende economieën. In die landen zitten wij ook nog eens in de meer ontwikkelde regio’s. Feit is dat het onderzoek daar nog maar net van de grond komt, dus veel dingen zijn nog niet uitgekristalliseerd. Maar in de nabije toekomst kijkt niemand er meer vreemd van op dat we daar klinisch onderzoek verrichten en is alles nóg beter geregeld.”