24-05-2011 Geen sprake van vrije prijzen voor geneesmiddelenfabrikanten

De maximumprijzen voor geneesmiddelenfabrikanten blijven ook in 2012 van kracht. De verdere liberalisering van de farmaceutische zorg, die minister Schippers voorbereidt, richt zich louter op de tarieven die apotheken bij verzekeraars in rekening brengen.
Een vandaag gepubliceerd rapport van de Boston Consulting Group (BCG), Prijsliberalisering in de farmaceutische zorg genaamd, sticht verwarring rond de verdere vrijmaking van de geneesmiddelenmarkt. In een artikel in NRC Handelsblad wordt de suggestie gewekt dat de minister de maximumprijs voor geneesmiddelen wil afschaffen teneinde een prijzenslag tussen fabrikanten tot stand te brengen. Dat is onjuist. De beoogde vrije prijzen betreffen de farmaceutische zorg die apotheken leveren en waarvoor zij vanaf 2012 zelf de tarieven mogen bepalen. Het draait daarbij om één tariefbeschikking, waarin zowel de prijs van geneesmiddelen als de door de apotheek geleverde service is meegenomen. Door die prijzen vrij te geven, wil de minister de concurrentie tussen apotheken bevorderen. In het onderhandelingsspel tussen die apotheken en de zorgverzekeraars moet dat uiteindelijk leiden tot kostenbesparing, is de gedachte.

De prijzen die geneesmiddelenfabrikanten mogen rekenen voor hun producten, blijven net als nu gemaximeerd via de Wet Geneesmiddelenprijzen. Die wet stelt sinds 1996 maximumprijzen vast voor receptplichtige geneesmiddelen die in Nederland worden vergoed. Deze maximumprijs wordt vastgesteld op basis van prijslijsten in een viertal omliggende landen, te weten België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Sinds de invoering van de WGP heeft deze wet haar effect op de prijzen gehad. In 1996 behoorde het prijsniveau in Nederland tot de hoogste in Europa. Met de invoering van de WGP is het prijsniveau gemiddeld geworden.

Zie ook Nefarma’s visiedocument over de Wet Geneesmiddelenprijzen.