De Nederlandse regering heeft zich vorig jaar voorgenomen structureel bij de top 5 van meest innovatieve landen in de wereld te horen. Volgens Prosensa-directeur Hans Schikan kan de farmaceutische sector niet ontbreken als we dit willen bereiken. “Het wetenschappelijke landschap in ons land biedt alles wat daarvoor nodig is.”
“De samenwerking tussen de publieke en private sector is in Nederland uniek, daar ligt ook onze sterkte. Maar je moet er wel genoeg tijd voor uittrekken om de volgende fase van commercialisering te bereiken. Daar moet je niet te kortzichtig mee omgaan”, zegt Schikan. Hij vindt dat Nederland alle ingrediënten in huis heeft om succesvol te zijn op biofarmaceutisch gebied. “Als je kijkt naar de top tien van Europese biotech partnerships, komen er vijf uit Nederland. Onze academische centra en de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek horen bij de wereldtop. Ik vind het dan ook zeker geen defensief industriebeleid om nu te investeren in een biotech-cluster in Oss. Daarmee doet de regering wat nodig is om haar eigen doelen te bereiken.”
Wetenschappelijke en industriële sterkte gaan in de farmacie hand in hand, vindt Schikan. “Juist die samenwerking tussen de private en de publieke sector is zo veelbelovend in Nederland. Er kan nog veel verbeteren, vooral op gebied van infrastructuur en overheidsbeleid, maar er is veel potentieel. Er zijn in Nederland veel kleine life sciences bedrijven; zeventig procent hiervan heeft minder dan tien werknemers. Het gaat hier veelal om de vroege onderzoeksfase, de stap naar ontwikkeling en commercialisering moet dan nog komen. Je moet daarbij wel naar de lange termijn kijken. De ontwikkeling van een medicijn duurt wel drie tot vier kabinetten en daar moet het beleid ook op zijn gebouwd. Nu al zijn er genoeg voorbeelden van Nederlandse bedrijven die vanuit een kleine start een commercieel succes zijn geworden, waaronder Crucell en Galapagos. Andere bedrijven, zoals Prosensa, zijn nu aan het groeien en kunnen op termijn succesvol worden.”
Schaalgrootte
Maar kan een klein land wel meedraaien in de wereldtop? Schaalgrootte wordt vaak genoemd als beperkende factor voor Nederland. Kleine bedrijven zouden niet op kunnen tegen de multinationals. Schikan ziet dat anders: “Kleine biotechbedrijven kunnen juist heel succesvol worden als ze daar de tijd en de middelen voor krijgen. Het kleinschalige karakter is daarbij eerder een voordeel dan een nadeel. Er komen steeds meer nieuwe inzichten in ziektebeelden die nog niet behandelbaar zijn. Dat gaat vaak om ziektes die bij kleine groepen mensen voorkomen, de zogenaamde niche-indicaties. Van de grotere farmaceuten hebben die nog niet veel aandacht gehad. Het zijn juist dit soort ziektebeelden waar kleine bedrijven zich vaak op richten, ook omdat er niet zo’n groot marketing- en salesapparaat nodig is als bij meer voorkomende kwalen. Het is dan makkelijker om uiteindelijk omzet te genereren. Bovendien raken de grote farmaceuten steeds meer geïnteresseerd in deze niches. GSK heeft bijvoorbeeld de opzet van een speciale rare disease unit aangekondigd. Het is voor die grote bedrijven dan aantrekkelijk om in zee te gaan met een kleiner bedrijf dat al met onderzoek en ontwikkeling bezig is. Prosensa is daar een goed voorbeeld van. Wij komen voort uit een samenwerking met het Leids Universitair Medisch Centrum waarin werd gezocht naar een middel voor de ziekte van Duchenne. In oktober 2009 zijn Prosensa en GSK een strategische alliantie aangegaan, waar GSK de komende jaren veel geld in steekt. Daardoor is Prosensa al enorm gegroeid, en het biedt ook mogelijkheden voor verdere groei en, uiteindelijk, commercialisering.”
Innovatievriendelijk
MSD noemde als één van de redenen voor het afstoten van de r&d-afdeling in Nederland het conservatieve voorschrijfbeleid en de voorkeur voor generieke geneesmiddelen. Hans Schikan erkent dat dat een probleem kan zijn voor het beeld dat men in het buitenland heeft van Nederland. “Om een topklimaat te scheppen voor investeerders, moeten we de uitstraling hebben dat we een innovatievriendelijk land zijn. Als hier nieuwe medicijnen worden ontwikkeld en die eindelijk op de markt komen, geeft het een gek beeld als diezelfde middelen dan niet vergoed zouden worden. Het gaat om de balans tussen het stimuleren van de innovatie en beheersing van de kosten. Nederland is qua afzetgebied natuurlijk relatief klein, maar het gaat om de perceptie als een innovatievriendelijk land. Dat is wel degelijk een element dat multinationals meenemen bij de overwegingen tot investeringen. Een innovatievriendelijker klimaat komt ten goede aan de verdere groei van deze sector in ons land.” Het zou doodzonde zijn om de kennis en ervaring van Organon nu te laten wegvloeien, vindt Schikan. “Ik zie dat echt als een vorm van kapitaalvernietiging. Je ziet overal in de wereld dat in dit soort gevallen oplossingen worden gezocht om de kennis te behouden. Een goede manier daarvoor zou zo’n biotech-cluster in Oss zijn. Er is natuurlijk al iets dergelijks, onder meer in Leiden, maar je kunt moeilijk heel Oss opeens naar de Randstad laten verhuizen. Het is mijn hoop dat een nieuw cluster in Oss voor veel nieuwe activiteiten zal zorgen, met name vanuit kleine bedrijven in de onderzoeksfase.”