Marianne Berrens (UCB)

De farmaceutische wereld worstelt al jaren met haar imago. Terecht of niet, het is een serieus probleem. Juist daarom komt dit akkoord volgens Marianne Berrens van UCB Nederland op het juiste moment. “Transparantie is absoluut in ons voordeel.”

Het imagoprobleem is Marianne Berrens een doorn in het oog. “Wij worden nog te vaak afgeschilderd als geldwolven die artsen omkopen. Dat is absoluut niet aan de orde. Er is in het verleden het nodige misgegaan, maar de sector is hard bezig met hervormingen. Het ‘spiegeltjes- en kraaltjes-tijdperk’ ligt ver achter ons. Er zijn al veel interne regels over de omgang met artsen en andere zorgverleners. Het is hoog tijd dat de beeldvorming wordt aangepast aan de nieuwe realiteit. Dit akkoord helpt daarbij.” Al was het alleen maar omdat het register helder zal maken wat nu precies de aard is van de banden tussen artsen en farmaceutische bedrijven. Die is namelijk heel anders dan het publiek denkt. “Veel mensen hebben het idee dat wij ‘recepten kopen’, maar dat is natuurlijk ondenkbaar. Het gaat niet om het verlenen van gunsten, maar om serieuze dienstverlening. Wij vragen artsen bijvoorbeeld om zitting te nemen in een adviescommissie, een artikel te schrijven of les te geven. Dat zijn normale zakelijke transacties, waarbij artsen voor een gangbaar uurloon diensten verrichten. Zoals een leraar wordt betaald als hij in zijn vrije tijd bijles geeft. Het is goed dat dat eens boven tafel komt.”

Oppoetsen
De farma profiteert op verschillende manieren van meer transparantie. Om te beginnen helpt de regeling het imago op te poetsen. “Ik ben heel blij met de toekomstige openheid, omdat het ons de kans geeft te laten zien wat er nu echt achter de schermen gebeurt. Ik vermoed dat ons dat ‘vrijpleit’. We hebben niets te verbergen. Sterker nog, we kunnen eindelijk aantonen dat in de sector veel minder geld omgaat dan mensen in hun wildste fantasieën denken. Het is prettig als dat zwart op wit staat. Dat zal een hoop discussie schelen.” Een ander voordeel is dat bedrijven bij concurrenten in de keuken kunnen kijken. “Tot nu toe werden afspraken tussen farmabedrijven en artsen achter gesloten deuren gemaakt. Artsen vroegen soms exorbitante bedragen voor hun diensten met het argument dat de concurrent dat ook wilde betalen. Dat konden we tot nu toe niet controleren. Als zwart op wit staat hoeveel ze bij de concurrent krijgen, dan hebben wij iets
in handen om de discussie te voeren. Dat geeft een andere dynamiek. Zo kunnen we niet meer tegen elkaar uitgespeeld worden.” Daarnaast zal het register volgens Berrens aantonen dat de farmaceutische industrie naast commerciële belangen ook oog heeft voor maatschappelijke doelen. Afgezien van zaken met een duidelijk wederzijds financieel belang, gaan farmaceutische bedrijven ook vaak in op verzoeken van artsen om bijvoorbeeld een onderzoeksplek of een extra verpleegkundige te sponsoren. Verder komen er regelmatig sponsorverzoeken rond deelname aan liefdadigheidsacties, zoals bijvoorbeeld Alpe d’Huzes of de Roparun. “Wij hebben dan als industrie geen direct belang, maar doen uit maatschappelijk oogpunt wel mee. Het is goed als het publiek dat ook eens ziet.” Tot slot verwacht Marianne Berrens dat de regeling ook zal gaan fungeren als een soort kwaliteitslabel voor artsen. “Dat is een grappige ‘bijwerking’ voor het publiek. Nu denken mensen vaak: als een arts banden heeft met de farma, deugt hij niet. Maar het ligt genuanceerder. Je kunt er juist vraagtekens bij zetten als iemand die expert is op zijn gebied, géén banden heeft met de farma, of maar met één bedrijf. Hoe meer banden met verschillende bedrijven, hoe meer iemands expertise kennelijk waard is. Daar kun je als patiënt je voordeel mee doen.”

Discussie
Het is de vraag of de maatschappelijke discussie nu bezworen is. “Niet onmiddellijk”, vermoedt Berrens. “Er bestaat veel achterdocht en dat is niet in een klap weg. Zoiets kost tijd. Het ligt ook aan de bril waardoor mensen kijken. Als de een leest dat een arts duizend euro heeft gekregen voor een volle dag nascholing geven, zal hij denken: ‘Dat valt mee’. Terwijl de ander denkt: ‘Zie je wel! Wat een geld!’ Die verschillen blijf je houden. Maar er ligt in elk geval een stevige basis.” Weliswaar gaat het om zelfregulering en ontbreken harde controlemechanismen, maar Berrens is ervan overtuigd dat farmaceutische bedrijven zich aan de regeling zullen houden. “Het is niet in ons belang om dingen onder tafel te schuiven. Er wordt slecht over ons gedacht en dat is niet terecht. We hebben dus alle belang bij openheid. Het kan er alleen maar beter op worden.” Berrens roemt het innovatieve karakter van de regeling. “Deze openbaarheid is nieuw. Wij lopen hiermee voorop en daar mogen we best trots op zijn. Dat zie ik in veel andere sectoren nog niet zomaar gebeuren.” Ze hoopt en verwacht dat de regeling in de toekomst breder getrokken wordt, bijvoorbeeld rond medische hulpmiddelen. “Dat zou een goede zaak zijn. Het onderwerp leeft. Onze Europese brancheorganisatie Efpia promoot dit soort transparantiecodes. Dit zal ongetwijfeld snel ook in andere Europese landen van de grond komen.”